| Herkomst |
Oudste inheemse ras van Ierland. Afstammeling van de Setting Spaniëls, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden. De honden dreven het wild in de richting van de jagers, die vervolgens netten over de vogels en de honden heen gooiden.
De Ierse Setter ontwikkelde zich op de uitgestrekte vlakke heidevelden en drassige veengronden van Ierland en ontwikkelde zich daardoor tot de snelste van de Setter variëteiten. De oorspronkelijke Ierse Setters waren wit met rode platen; de eenkleurige roden verschenen pas in de 19e eeuw. De "Red and White" is eigenlijk alleen voor de jacht gefokt en is, ook in zijn uiterlijk, meer werkhond dan showhond. In 1944 werd het ras pas officieel erkend. |
| Algemeen Voorkomen |
Een sterk gebouwde, evenredige, goed gevormde jachthond met een lichaam dat berekend is op langdurig zwaar werk en snelheid. |
| Schofthoogte |
Reuen: 62-66 cm.
Teven: 57-61 cm. |
| Gewicht |
Ongeveer 25-30 kg. |
| Vacht |
Zijdeachtige lange beharing, vooral aan de benen, buik en staart. De grondkleur is wit met rode vlekken (rode eilandjes). Vlekjes (schimmelpatroon) zijn alleen toegestaan op hoofd en benen. |
| Gebruik |
Nog een echte werkhond, die ruim terrein neemt en door voorstaan aangeeft dat hij wild heeft gevonden. Vaak in de karakteristieke houding van de Staande Hond met een opgetrokken voorpoot. |
| Aard |
Oplettend en intelligent. De hond vertoont een vriendelijke, zachte houding, vastbeslotenheid en moed. Vrolijk, aanhankelijk en een levensgenieter. |
| Bijzonderheden |
De lange zijdeachtige vacht moet regelmatig worden geborsteld en gekamd. De hond een verzorgd uiterlijk geven is niet alleen belangrijk voor een tentoonstelling, maar ook voor de hygiëne van de hond is het regelmatig trimmen van groot belang. |